Op vakantie met een kind met autisme? Zo doe je de voorbereiding

0
1390

Op vakantie met een kind met autisme? Dat kan heel goed, maar de voorbereiding maakt vaak een groot verschil. Voor veel kinderen met autisme of ASS is vakantie namelijk niet automatisch ontspanning. De vaste omgeving valt weg, de dag loopt anders dan thuis, het eten is onbekend, er zijn meer prikkels en er gebeuren dingen die je niet altijd kunt voorspellen.

Juist daarom helpt het om de vakantie zo duidelijk mogelijk te maken. Niet door alles tot op de minuut vast te leggen, maar wel door je kind houvast te geven. Waar gaan jullie heen? Hoe komen jullie daar? Waar slapen jullie? Wat blijft hetzelfde als thuis? En waar kan je kind zich terugtrekken als het te veel wordt?

Blogger Iris S. verzamelde praktische tips die helpen om een vakantie met een kind met autisme rustiger, overzichtelijker en leuker te maken.

Vakantie met een kind met autisme voorbereiden

Een goede voorbereiding begint ruim voordat de koffers worden gepakt. Voor veel kinderen met autisme is het fijn om stap voor stap te weten wat er gaat gebeuren. Dat geeft grip en voorkomt dat de vakantie als één grote verrassing voelt.

Maak de vakantie zichtbaar. Dat kan met een aftelkalender, een planning op papier, pictogrammen, foto’s, een boekje of een mapje op de tablet. Sommige kinderen willen veel details weten, andere kinderen raken juist gespannen van te veel informatie. Kijk daarom goed wat bij jouw kind past.

Leg niet alleen uit wat er leuk wordt, maar ook wat anders zal zijn dan thuis. Denk aan een ander bed, andere geluiden, onbekend eten, wachten bij de receptie, een lange autorit of drukte op een vliegveld. Juist die kleine dingen kunnen voor spanning zorgen.

Handig om vooraf te bespreken:

  • waar jullie naartoe gaan;
  • hoe lang de reis ongeveer duurt;
  • waar jullie slapen;
  • wie er meegaan;
  • wat er ongeveer hetzelfde blijft als thuis;
  • welke activiteiten jullie waarschijnlijk gaan doen;
  • wanneer er rustmomenten zijn;
  • wat je kind kan doen als het te druk of te spannend wordt.

Probeer duidelijk te zijn, maar beloof niet te veel. Zeg liever: “Misschien gaan we naar het zwembad als iedereen genoeg energie heeft” dan “We gaan morgen zeker zwemmen”. Zo voorkom je teleurstelling als het plan verandert.

De bestemming vertrouwd maken

Een onbekende plek wordt minder spannend als je kind er vooraf al een beeld bij heeft. Bekijk samen foto’s van de bestemming, de accommodatie en de omgeving. Kijk op de website van het vakantiepark, de camping of het hotel. Vaak staan daar foto’s van het zwembad, het restaurant, de speeltuin, de kamers en de plattegrond.

Bespreek ook praktische dingen. Welke taal spreken mensen daar? Is het warm of juist fris? Ziet de omgeving eruit als thuis, of zijn er bergen, palmbomen, drukke straten of veel zand? Gaan jullie vooral relaxen bij het zwembad, wandelen, steden bekijken of veel autorijden?

YouTube kan handig zijn om een stad, land, camping of luchthaven te laten zien. Ook kinderreisboeken, kaarten en foto’s van eerdere vakanties kunnen helpen. Is je kind visueel ingesteld, maak dan een klein vakantieboekje met foto’s en korte zinnen. Bijvoorbeeld:

“Dit is onze camping.”
“Hier slapen we.”
“Dit is het zwembad.”
“Dit is de auto waarmee we gaan.”
“Na een drukke dag doen we rustig aan.”

Foto's van de bestemming bekijken is een goede voorbereiding
Foto’s van de bestemming bekijken is een goede voorbereiding (foto: Iris)

Kies een vakantie die past bij je kind

Niet iedere kindvriendelijke vakantie is ook automatisch fijn voor een kind met autisme. Een groot resort met animatie, muziek en drukke buffetten kan voor het ene gezin ideaal zijn, maar voor een ander gezin veel te prikkelrijk. Een rustige camping kan heerlijk zijn, maar ook lastig als je kind veel behoefte heeft aan duidelijke faciliteiten.

Kijk daarom niet alleen naar wat populair is, maar vooral naar wat jouw kind helpt. Heeft je kind behoefte aan ruimte? Kies dan liever een kleinschalige camping, huisje of appartement met een eigen plek om terug te trekken. Is water een veilige basis? Dan kan een zwembad of strand juist veel rust geven. Wordt je kind onrustig van veel keuzemogelijkheden? Dan is een overzichtelijk vakantiepark soms fijner dan een drukke stad.

Meer inspiratie vind je ook in ons artikel over autismevriendelijke vakantie en accommodaties.

Vervoer: maak de reis voorspelbaar

De heen- en terugreis zijn vaak de spannendste momenten. Je kind is uit de gewone routine, moet wachten, zit lang stil en weet misschien niet precies wanneer jullie aankomen.

Laat vooraf zien hoe jullie reizen. Gaan jullie met de auto, trein, boot of het vliegtuig? Bekijk de route samen op een kaart. Vertel hoe lang het ongeveer duurt en waar jullie pauze nemen. Bij een autorit kan het helpen om de reis in stukken te verdelen: eerst rijden tot de eerste pauze, daarna verder naar de lunchplek, daarna het laatste stuk.

Gebruik eventueel een visuele planning:

  • thuis vertrekken;
  • eerste stuk rijden;
  • pauze;
  • weer rijden;
  • aankomen;
  • kamer of plek bekijken;
  • rustmoment.

Probeer, als het kan, niet vlak voor bedtijd aan te komen. Veel kinderen hebben tijd nodig om de accommodatie te bekijken, spullen een plek te geven en te wennen aan de geluiden en geuren. Een rustige aankomst overdag geeft vaak meer ruimte om te landen.

Eten op vakantie

Eten kan op vakantie een groot onderwerp zijn. Veel kinderen met autisme hebben sterke voorkeuren voor smaak, structuur, geur, merk of temperatuur. Dat is niet iets wat je “even loslaat” omdat het vakantie is. Juist op vakantie kan vertrouwd eten helpen om spanning te verlagen.

Bekijk vooraf wat er op de bestemming verkrijgbaar is. In veel landen vind je wel brood, fruit, yoghurt, pasta, rijst, crackers of andere herkenbare producten. Toch kunnen merken, smaken en structuren anders zijn. Neem daarom voor de eerste dagen vertrouwde snacks of basisproducten mee, zoals crackers, rijstwafels, knijpfruit, vertrouwde ranja, ontbijtkoek of iets anders dat voor jouw kind werkt.

Ga je naar een land met een heel andere keuken? Dan kan het leuk zijn om thuis alvast iets te proeven in een restaurant of zelf een gerecht te maken. Houd het luchtig. Proeven mag, maar hoeft niet. Het doel is kennismaken, niet forceren.

Bij een buffet kan het helpen om eerst samen te kijken wat er allemaal is, zonder meteen een bord te vullen. Sommige kinderen vinden het prettig om elke dag ongeveer hetzelfde te eten. Dat is op vakantie helemaal prima als het helpt om de dag rustiger te laten verlopen.

Rondreizen met een kind met autisme

Een rondreis kan prachtig zijn, maar ook intensief. Elke paar dagen een andere slaapplek, een nieuwe route, andere geluiden en steeds opnieuw wennen. Voor een kind dat snel overprikkeld raakt, kan dat veel zijn.

Wil je toch rondreizen, maak de route dan zo overzichtelijk mogelijk. Leg overnachtingen vooraf vast, beperk het aantal wissels en plan reisdagen niet te vol. Een camper kan voor sommige gezinnen prettig zijn, omdat de slaapplek hetzelfde blijft. Voor andere kinderen is juist een huisje of hotelkamer fijner omdat er meer ruimte en comfort is.

Maak een persoonlijk reisboekje met per dag of per plek:

  • de naam van de bestemming;
  • een foto van de slaapplek;
  • hoe lang jullie reizen;
  • wat er ongeveer te doen is;
  • wanneer er rust is;
  • wat hetzelfde blijft als thuis.

Plan bewust rustdagen in. Niet als noodoplossing, maar als vast onderdeel van de reis. Een dag zonder uitstapje kan ervoor zorgen dat de rest van de vakantie leuk blijft.

Meer tips vind je in ons artikel over rondreizen met kinderen met autisme.

Bezig met een reisboekje voor de kids over de rondreis
Bezig met een reisboekje voor de kids over de rondreis (foto: Iris)

Vliegen met een kind met autisme

Vliegen vraagt extra voorbereiding. Niet alleen het vliegtuig zelf kan spannend zijn, maar vooral de luchthaven: drukte, wachtrijen, security, paspoortcontrole, omroepen, harde geluiden en onverwachte controles.

Bereid de stappen vooraf voor. Laat zien wat er gebeurt bij inchecken, bagage afgeven, security, wachten bij de gate, instappen, opstijgen en landen. Voor sommige kinderen helpt een filmpje van een luchthaven. Andere kinderen vinden een tekening, stappenplan of sociaal verhaal fijner.

Reis je via Schiphol, dan kun je gebruikmaken van voorzieningen voor reizigers met een onzichtbare beperking. Het Hidden Disabilities Sunflower-keycord laat op een subtiele manier zien dat iemand extra tijd, rust of begrip nodig heeft. Ook kun je bij de luchtvaartmaatschappij aangeven dat je kind gevoelig is voor prikkels of extra ondersteuning nodig heeft. Voor sommige gezinnen kan een voorbereidingstour op de luchthaven helpen.

Praktische tips voor in het vliegtuig:

  • neem een koptelefoon met noise cancelling of gehoorbescherming mee;
  • zorg voor vertrouwde snacks en drinken binnen de regels van de luchthaven;
  • neem een eigen dekentje, knuffel of kussentje mee;
  • download favoriete filmpjes, muziek of spelletjes vooraf;
  • bespreek dat het vliegtuig geluid maakt bij opstijgen en landen;
  • laat je kind weten wanneer het moet blijven zitten en wanneer het even mag bewegen.

Sommige kinderen willen precies weten waar ze zitten. Dan kan het helpen om vooraf de stoelindeling te bekijken via de luchtvaartmaatschappij. Kies waar mogelijk een plek die past bij je kind: bij het raam voor overzicht, aan het gangpad om makkelijker op te staan, of juist bij elkaar als gezin.

Bekijk van te voren hoe een vliegveld en vliegtuig er uit zien
Bekijk van te voren hoe een vliegveld en vliegtuig er uit zien (foto: Iris)

Kamperen met een kind met autisme

Kamperen kan heel fijn zijn, zeker als je kind houdt van buiten zijn, ruimte en een duidelijke eigen plek. Tegelijk kan kamperen ook veel prikkels geven: geluiden van buren, onbekend sanitair, insecten, regen op het tentdoek en minder voorspelbare routines.

Kies daarom bewust. Een rustige camping in de natuur, ruime plekken en niet te veel animatie kunnen prettig zijn. Sommige gezinnen vinden privé-sanitair een uitkomst, omdat douchen en tandenpoetsen dan rustiger en voorspelbaarder verlopen.

Ga je voor het eerst kamperen? Probeer thuis alvast dingen uit. Laat je kind een keer in de slaapzak liggen, test het luchtbed of matje en zet de tent vooraf op. Ook campingstoelen, zaklampen en een toilettas kun je al vertrouwd maken.

Maak op de camping een duidelijke eigen plek. Bijvoorbeeld een vaste stoel, een hoekje in de tent, een eigen krat met spullen of een koptelefoonplek waar je kind even niets hoeft. Dat helpt om de camping minder overweldigend te maken.

Uitjes, pretparken en drukke plekken

Op vakantie wil je misschien ook uitstapjes maken. Denk aan een pretpark, museum, dierentuin, stad, markt of kasteel. Zulke plekken kunnen leuk zijn, maar ook druk en onvoorspelbaar.

Bekijk vooraf de website van het uitje. Zoek naar plattegronden, rustige zones, prikkelarme voorzieningen, wachtrijbeleid en toegankelijkheidsinformatie. Laat je kind zien waar de ingang is, waar toiletten zijn en welke attracties of activiteiten jullie misschien gaan doen.

Bij pretparken kan een Autipas of andere verklaring helpen, maar de regels verschillen per park en kunnen veranderen. Check daarom altijd vooraf wat er nodig is en meld je bij aankomst bij de juiste balie. Soms krijg je geen voorrang, maar wel een alternatieve manier van wachten. Dat kan voor een kind met autisme al veel verschil maken.

Bezoek je Disneyland Paris? Lees dan ook ons uitgebreide artikel over Disneyland Parijs met kinderen met autisme. Veel tips zijn ook bruikbaar voor andere pretparken.

Plan uitjes korter dan je misschien gewend bent. Een halve dag met een goed einde is vaak fijner dan een hele dag die eindigt in overprikkeling. Spreek vooraf af waar jullie pauzeren en wat het plan is als het te druk wordt.

Bij pretparken is de kaart van te voren bekijken een fijne voorbereiding
Bij pretparken is de kaart van te voren bekijken een fijne voorbereiding (foto: Iris)

Dagplanning op vakantie

Een vakantie hoeft niet helemaal vol gepland te zijn. Juist niet. Maar een beetje structuur helpt vaak enorm. Maak iedere dag duidelijk wat ongeveer de bedoeling is. Dat kan op papier, op een whiteboard, met pictogrammen, in een app of gewoon in een kort gesprekje bij het ontbijt.

Een simpele planning is vaak genoeg:

  • ontbijten;
  • zwemmen;
  • lunchen;
  • rusttijd;
  • boodschappen of kort uitje;
  • eten;
  • bedritueel.

Bouw ruimte in voor verandering. Je kunt bijvoorbeeld werken met “zeker”, “misschien” en “niet vandaag”. Zo weet je kind wat vaststaat en wat nog kan veranderen. Dat maakt onverwachte situaties vaak beter te hanteren.

Let ook op de balans tussen leuke prikkels en rust. Een kind kan iets geweldig vinden en er toch uitgeput van raken. Plan na een drukke dag dus niet meteen weer een drukke dag.

Inpakken: vertrouwde spullen mee

Vertrouwde spullen kunnen op vakantie veel rust geven. Geef je kind, als dat past, een eigen rugzak of koffertje. Zoek samen uit wat mee mag. Denk aan de favoriete knuffel, een boekje, koptelefoon, fidget, dekentje, pyjama, drinkbeker of iets wat bij het bedritueel hoort.

Probeer het slaapritueel zoveel mogelijk hetzelfde te houden. Dezelfde volgorde, hetzelfde boekje, dezelfde knuffel en dezelfde woorden kunnen helpen, ook in een onbekend bed.

Denk ook aan praktische hulpmiddelen:

  • gehoorbescherming of noise cancelling koptelefoon;
  • zonnebril of pet tegen fel licht;
  • vertrouwde snacks;
  • reservekleding in de handbagage;
  • medicijnen en medicatieoverzicht;
  • pictogrammen of dagplanning;
  • oplader, powerbank en gedownloade ontspanning;
  • favoriete verzorgingsproducten zoals tandpasta of shampoo.

Gebruikt je kind medicijnen? Neem genoeg mee voor de hele reis en bewaar ze bij voorkeur in de originele verpakking. Voor sommige medicijnen is een verklaring nodig als je naar het buitenland reist. Regel dit ruim op tijd en neem een medicatieoverzicht mee, zodat je bij een arts of apotheek kunt laten zien wat je kind gebruikt.

Overprikkeling voorkomen en opvangen

Zelfs met goede voorbereiding kan een vakantie veel zijn. Overprikkeling ontstaat niet altijd op het drukste moment. Soms komt het pas later, als alle indrukken bij elkaar komen.

Let op signalen van je kind. Wordt je kind stiller, drukker, sneller boos, huilerig, star of juist heel teruggetrokken? Dan kan een pauze nodig zijn. Wacht liever niet tot het helemaal misgaat.

Maak vooraf een rustig plan:

  • waar kan je kind zich terugtrekken?
  • wie blijft bij je kind als er rust nodig is?
  • welke spullen helpen om te ontprikkelen?
  • welke activiteit kan zonder probleem worden geschrapt?

Het helpt als je kind weet dat rust nemen mag. Vakantie hoeft niet elke dag bijzonder te zijn. Soms is een ochtend bij het huisje, een middag zwemmen of een avond vroeg naar bed precies wat nodig is.

Meer lezen

Op zoek naar meer tips voor uitjes en vakanties voor kinderen met autisme? Klik en kijk voor meer inspiratie:

In dit blog zijn ter illustratie foto’s gebruikt van onze bloggers. In verband met de privacy van onze kinderen vertellen we niet welke kinderen autisme of ASS hebben.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.