Vandaag in Zo kampeer ik een prachtig gastblog van Yvonne. Zij vertelt hoe het is om met een gezin te kamperen op een seizoensplek. Niet als doorgewinterde kampeerder die precies weet welke haring waar moet, maar gewoon als moeder van drie dochters die ontdekt dat kamperen soms licht chaotisch, nat, onhandig en tegelijk verrassend gezellig kan zijn.
Kamperen op een seizoensplek: waarom wij het ieder jaar weer doen
Daar lig je dan. Vol goede moed naar het gezellige getik van de regen op het dak van de caravan te luisteren, terwijl je ergens diep vanbinnen weet dat het allang geen gezellig getik meer is maar gewoon een plensbui waar geen einde aan lijkt te komen. Gisteren zaten we ook al verplicht binnen. Nu grissen we haastig de laatste spullen uit de voortent voordat alles alweer natregent. En dan komt toch die vraag op: kamperen, waarom doen we dit eigenlijk?
Omdat het zó leuk is voor de kinderen? Daar denken die van ons soms heel verschillend over. Mijn ene dochter gilt bij ongeveer alles wat leeft, kruipt, vliegt of meer dan één poot heeft. De ander paradeert als een kleine diva over de camping in outfits waar menig volwassene nog wat van kan leren, handtas erbij natuurlijk. En de oudste? Die zit in de leeftijd waarin ongeveer alles stom, gênant, ouderwets of totaal niet interessant is. Animatie is kinderachtig, slapen in een tent is toch spannend en verder is het vooral veel gezucht en oogrollen. En toch staan wij hier met z’n vijven wekenlang op de camping.
Blijkbaar zit er diep vanbinnen toch iets in mij dat gevoelig is voor het kampeerleven. Voor wiebelige stoeltjes, te weinig ruimte, steeds je hoofd stoten aan een kastje waarvan je weer vergeten was dat het daar hangt, een wifi-code die nét niet lekker werkt, slippers die altijd zoek zijn en douches waar je zelf ongeveer net zo nat uitkomt als het kind dat je naar binnen hebt gesleept. Ik ben echt geen kampeerder in hart en nieren. Zelfs niet in mijn kleine teen. Maar toch kijk ik ieder jaar weer uit naar onze weken op Texel.
Onze seizoensplek op Texel
Wij komen op Camping Kogerstrand in De Koog, op Texel. En dat is wel meteen een plek die het heel lastig maakt om níét van kamperen te houden. Deze camping ligt prachtig in de duinen, vlak bij het strand en op loopafstand van De Koog. Dat betekent in de praktijk dat je ’s ochtends wakker wordt met het geluid van de zee, binnen no-time met blote voeten op het strand staat en aan het eind van de dag net zo makkelijk het dorp in loopt voor een ijsje, een boodschap of een terrasje.
Juist dat maakt een seizoensplek hier zo fijn. Je hoeft niet steeds in de auto te springen om ergens te komen. Voor gezinnen is dat echt goud waard. Geen gedoe met parkeren, geen gesjouw met halve strandwinkels in de achterbak en geen kind dat na tien minuten roept dat het alweer naar de camping terug wil. Je bent er gewoon al. Strand, duinen, camping en dorp lopen hier bijna vanzelf in elkaar over.
Wat ik ook heel leuk vind aan deze plek, is dat je meteen in dat buitenleven zit. De kinderen scharrelen rond, lopen even naar het strand, halen een ijsje, maken vriendinnen op het veld of verdwijnen op slippers richting speeltuin. En ik hoef daar helemaal niet zo’n ingewikkelde vakantieversie van mezelf voor te zijn. Geen strak schema, geen uitgebreide dagplanning, geen lijstje met tien bezienswaardigheden dat koste wat kost moet worden afgewerkt. Op een seizoensplek ontstaat de vakantie vanzelf.
Waarom een seizoensplek zo relaxed is
In ons geval is het kamperen op een seizoensplek nóg comfortabeler, omdat mijn schoonouders hier al langer komen. Na een tijd op de wachtlijst kregen zij een vaste plek, waar de caravan in het seizoen gewoon blijft staan. Dat maakt echt een wereld van verschil. Alles staat klaar. De voortent staat, de basis is op orde en je komt dus niet eerst doodmoe aan om nog uren bezig te zijn met opbouwen, schroeven, passen, meten en zuchten.
Voor mij is dat eerlijk gezegd de ideale vorm van kamperen. Je hebt wel alle charme van buiten leven, maar niet de stress van iedere keer opnieuw helemaal beginnen. Je kent de plek, de route naar het strand, het toiletgebouw, de handige paadjes en na een dag voelt het al vertrouwd. Dat is precies waarom een seizoensplek voor veel gezinnen zo aantrekkelijk is. Het heeft iets van een tweede thuis, maar dan midden in de duinen.
Je merkt het ook aan de sfeer. Mensen die op een seizoensplek staan, blijven vaak langer en leven daardoor anders op de camping. Minder haast, minder in- en uitcheckgedoe, meer rust. De kinderen bouwen sneller contact op, je leert de omgeving beter kennen en je hoeft niet het gevoel te hebben dat alles in een paar dagen moet. Dat past heel goed bij Texel, waar je juist wilt vertragen en naar buiten wilt.
Van sceptische moeder naar iemand die de skottelbraai aanzet
Tijdens onze eerste kampeervakantie werd er thuis nog ongeveer gewed op hoeveel dagen ik het zou volhouden. Dagen ja, geen weken. Dat zegt wel genoeg. Inmiddels zijn we een stuk verder. Ik heb zelfs al een week alleen met de kinderen gekampeerd en op een gegeven moment stond ik zonder mokken of drama gewoon op de grond te stuntelen met de skottelbraai, alsof dat de normaalste zaak van de wereld was. En het ergste is: ik vond het nog gezellig ook.
Misschien is dat wel wat kamperen met je doet. Het schuift je een beetje op. Niet richting survival-expert of stoere buitenvrouw met een zakmes aan haar riem, maar wel richting iemand die minder moeite heeft met kleine ongemakken. Je wordt handiger, makkelijker en creatiever. Je ontdekt dat kinderen helemaal niet zoveel nodig hebben om een topdag te hebben. Een emmer, een schep, zand, een veldje, een ijsje en af en toe iemand om ruzie mee te maken, en ze zijn compleet gelukkig.
En jijzelf eigenlijk ook. Want hoe heerlijk is het als de dagen niet zo volgepland zijn? Afwassen wordt ineens een kletsmoment. Teruglopen van het strand een soort slome familieparade met natte haren en zanderige benen. ’s Avonds nog even met een kind naar het toiletgebouw lopen in alle rust. Buiten zitten terwijl het langzaam donker wordt. Op papier zijn het geen spectaculaire momenten, maar juist die stukjes blijven hangen.
Wat Texel extra fijn maakt met kinderen
Texel is sowieso een eiland waar je met kinderen veel kanten op kunt. Wil je meer doen dan strand en camping, dan zit je hier goed. Je kunt zeehonden kijken bij Ecomare, een dagje het eiland verkennen of gewoon genieten van de afwisseling tussen strand, natuur en dorpjes. Ook daarom is een langere periode op een seizoensplek zo leuk: je hoeft niet alles in een paar dagen te proppen en kunt het eiland echt op je gemak beleven.
De Koog is daarbij een fijne uitvalsbasis. Het is levendig, gezellig en praktisch. Even een broodje halen, een ijsje eten of ergens neerploffen kan allemaal lopend. En heb je een dag waarop het strand vanwege wind of regen even minder aantrekkelijk is, dan is het nog steeds prettig om vlak bij een dorp te zitten. Dat scheelt een hoop gemopper.
Wie Texel met kinderen verder wil ontdekken, vindt ook in deze tips voor vakantie op Texel met kinderen nog meer inspiratie. En wil je een keer uit eten zonder dat het voor de kinderen een strafexpeditie wordt, kijk dan ook eens bij de tips voor kindvriendelijke restaurants op Texel.
Kamperen is niet altijd handig, maar wel heerlijk
Laat ik eerlijk zijn: kamperen is niet alleen maar idyllisch. Het is soms nat, rommelig, krap en onpraktisch. Er slingert altijd wel ergens een stapel handdoeken, een vergeten slipper of een tas met zwemspullen rond. Er is altijd één kind dat nú honger heeft, één kind dat zich verveelt en één kind dat haar vest kwijt is. Je zit soms te hannesen met een gasfles, een natte handdoek of een pan die nergens logisch kan staan. En toch is dat blijkbaar niet erg genoeg om het níét meer te doen.
Want daar tegenover staat iets wat je thuis veel minder vanzelf tegenkomt. Buiten leven. Tijd voor elkaar. Minder moeten. Meer toevallige gezelligheid. Kinderen die veel vrijer spelen. Een dagritme dat bepaald wordt door het weer, het strand en wat je onderweg tegenkomt. Op een seizoensplek hoef je niet steeds opnieuw in je vakantie te komen, omdat je er al middenin zit zodra je aankomt.
Misschien is dat precies waarom zelfs een niet-natuurtalent zoals ik inmiddels om is. Niet omdat kamperen ineens perfect is geworden, maar omdat het dat ook helemaal niet hoeft te zijn. Juist dat beetje improviseren, samen leven op een klein oppervlak en het simpele ritme van buiten zijn maken het bijzonder. Je hoeft even niet zoveel. En dat is met een gezin soms al pure luxe.
Dus ja, ik blijf af en toe mopperen op regen, zand in de caravan en spullen die nergens passen. Ik blijf vermoedelijk ook nog lang geen hardcore kampeerder. Maar als ik dan aan het eind van de dag voor de tent zit, de zee hoor, een kind nog half slaperig tegen me aan hangt en de rest van het gezin ergens om me heen rommelt, dan weet ik het weer. Kamperen op een seizoensplek is gewoon heel erg fijn. Juist omdat het niet perfect is.
En daarom gaan we volgend jaar gewoon weer.

Meer lezen
Nieuwsgierig naar hoe anderen kamperen? Bekijk dan ook deze blogs:



Een heerlijk humoristisch verhaal, maar ben toch nog niet overtuigd hoor 🙂